U bevindt zich hier: Home > voorpagina

Voorwaarden

Voor de nieuwe Kor gelden veel minder voorwaarden dan voor de huidige. Hij kan dus vaker worden toegepast. De voorwaarden zijn:

 

Een belangrijke voorwaarde die is komen te vervallen, is dat de Kor alleen door natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen kan worden toegepast. Een voorwaarde die mijns inziens in strijd was met de rechtsvormneutraliteit die in de btw geldt. Dit betekent dat ook rechtspersonen, onder andere verenigingen en stichtingen, de nieuwe regeling kunnen toepassen. Voorwaarde is wel dat de ondernemer in Nederland gevestigd is, of in Nederland een vaste inrichting heeft.

 

Voor- en nadelen

Het toepassen van de Kor brengt met zich mee dat ter zake van verrichte leveringen en diensten geen btw in rekening mag worden gebracht aan afnemers. Dit kan een prijsvoordeel opleveren als wordt geleverd aan personen die niet aftrekgerechtigd zijn. De keerzijde is dat een ondernemer die de Kor toepast geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Dit betekent dat vooraf goed in kaart moet worden gebracht of het toepassen van de Kor wenselijk is. Als een ondernemer ervoor kiest om de Kor toe te passen en later blijkt dat een ondernemer in het desbetreffende jaar meer btw heeft betaald aan leveranciers dan aan afnemers in rekening is gebracht, dan kan niet worden verzocht om een teruggaaf.

 

Eindelijk Kor voor kleine ondernemers

Door het invoeren van een omzetgrens wordt de Kor eindelijk een regeling voor kleine ondernemers. De huidige regeling kan namelijk ook worden toegepast door ondernemers met een omzet van een miljoen, omdat niet wordt aangesloten bij de omzet, maar bij de afdracht.

De omzetgrens geldt enkel voor leveringen en diensten die plaatsvinden in Nederland, ongeacht welk btw-tarief van toepassing is en of de heffing van btw is verlegd naar de afnemer. De omzet die wordt behaald met leveringen en diensten die niet in Nederland plaatsvinden, worden hierbij niet meegenomen.

De omzetgrens geldt per kalenderjaar. Dit betekent dat een ondernemer die in december van een bepaald jaar startgebruik kan maken van de Kor als zijn omzet in december maximaal 20.000 euro bedraagt.

In beginsel wordt alleen de btw-belaste omzet meegenomen. De omzet van bepaalde in de wet genoemde prestaties moet echter ook worden meegenomen. In de wet worden in dit kader de volgende prestaties genoemd:

De omzet in het kader van vrijgestelde prestaties die hierboven niet worden genoemd, wordt voor toepassing van de Kor niet in aanmerking genomen.

Verder wordt tot de omzet meegerekend: de omzet in het kader van uitvoer van goederen of plaatsen van de goederen onder de regeling douane-entrepot in het kader van hun menslievende, liefdadige of opvoedkundige werk buiten de Unie, waarvoor een btw-teruggaaf wordt verleend. Als prestaties worden verricht en enkel btw is verschuldigd uit de winstmarge, bijvoorbeeld bij toepassing van de reisbureauregeling en de margeregeling voor gebruikte goederen, wordt enkel de winstmarge als omzet in aanmerking genomen.

Als door een Kor-ondernemer op enig moment de omzetgrens wordt overschreden, vervalt op dat moment de toepassing van de Kor. Alle reguliere btw-regels, onder andere het in rekening brengen van btw en het doen van btw-aangifte, gaan vanaf dat moment gelden.

 

Uitgezonderde prestaties

De Kor is niet van toepassing op de levering van nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de ondernemer of afnemer worden verzonden ov vervoerd naar een plaats in een andere lidstaat in het kader van de levering aan de afnemer. Ook is de Kor niet van toepassing op de levering van onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen en die door de ondernemer in zijn bedrijf is gebruikt. De Kor-ondernemer kan niet worden aangewezen voor voldoening van de bij invoer verschuldigde btw op aangifte. Met andere woorden: een Kor-ondernemer krijgt geen artikel 23-vergunning.

 

Aanmelden voor 3 jaar

Het toepassen van de Kor blijft optioneel. Anders dan de huidige regeling moet een ondernemer die vanaf 1 januari 2020 de Kor wil toepassen, zich hiervoor aanmelden bij de Belastingdienst.

Aanmelden kan vanaf 1 juni 2019 middels een formulier, welke te vinden is op de website van de fiscus. Op de website geeft de Belastingdienst aan dat ondernemers die vanaf 1 januari 2020 de regeling willen toepassen ervoor moeten zorgen dat het formulier uiterlijk 20 november 2019 bij de Belastingdienst binnen is. Als een ondernemer het na 1 januari 2020 wil toepassen, adviseert de Belastingdienst om uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak het formulier aan de Belastingdienst te sturen, in verband met een verwerkingsperiode van vier weken.

Ondernemers die voor invoering van de nieuwe Kor al een ontheffing voor de administratieve verplichtingen hebben, hoeven zich niet aan te melden. Deze worden door de Belastingdienst automatisch aangemeld. Ondernemers die ervoor kiezen om de Kor toe te passen doen dit voor minimaal drie jaar. Toepassing van de Kor komt ook te vervallen op het moment dat de omzetgrens van 20.000 euro wordt overschreden. Dit moet direct aan de Belastingdienst worden gemeld.

Ondernemers die automatisch worden aangemeld voor de nieuwe Kor, omdat deze ontheffing hebben voor de administratieve verplichtingen, kunnen zich op ieder moment afmelden. Let wel dat na afmelding de Kor vanaf het moment van afmelding drie jaar niet kan worden toegepast.

 

Verplichtingen

Kor-ondernemers zijn ontheven voor het doen van btw-aangifte en listing. Ook geldt een ontheffing voor de administratieve verplichtingen van de Wet OB. Voor de inkopen geldt overigens wel een administratieplicht. De Kor-ondernemer kan volstaan met het bewaren van de aan hem uitgereikte facturen.

De ontheffing voor aangifte- en administratieve verplichtingen geldt niet voor prestaties die een ondernemer afneemt en waarvoor de btw-heffing naar hem is verlegd. De Kor-ondernemer moet hiervoor btw-aangifte doen en de verschuldigde btw aan de Belastingdienst afdragen. Ook gelden in dit kader alle administratieve verplichtingen.

 

Wanneer een auto van de zaak op jaarbasis voor meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt, volgt een bijtelling. Sommige werknemers proberen onder die 500 privékilometers te blijven door de auto tijdens de vakantie te huren van de werkgever. Twee rechters beslisten onlangs dat deze huur de bijtelling niet voorkomt. De privékilometers tijdens de vakantie tellen dan gewoon mee. De vakantie kan daarmee wel erg duur uitpakken.

Wanneer aan een werknemer een auto ter beschikking is gesteld, dan wordt deze auto geacht ook voor privégebruik ter beschikking zijn gesteld. Dit geldt ook als de auto door een met de werkgever verbonden vennootschap ter beschikking is gesteld. Het voordeel van het privégebruik van de auto wordt belast via een bijtelling. De bijtelling blijft achterwege als met een sluitende kilometerregistratie kan worden aangetoond dat de auto niet of niet meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé is gebruikt.

Maximaal 500 privékilometers op jaarbasis is niet veel. Zeker niet als de werknemer met de auto op vakantie wil gaan. Onlangs besliste twee rechters in twee verschillende zaken dat een huurovereenkomst voor het gebruik van de auto tijdens de vakantie de ter beschikking stelling niet opschort. Het gevolg is dat de ter beschikking stelling van de auto tijdens de vakantie doorloopt en daarmee ook het aantal privékilometers. De huur van de ter beschikking gestelde auto – voor gebruik tijdens de vakantie – is dus geen oplossing om de bijtelling te voorkomen. Er zijn mogelijk wel alternatieven.

Uit rechtszaken kwam ook naar voren dat betaalde kosten niet zonder meer in mindering mogen worden gebracht op de bijtelling. Daarvoor gelden voorwaarden.

Vanaf vandaag kunnen wij ook een hypotheek voor u aanvragen bij de Rabobank.

Paul Wegman van het gelijknamige assurantiekantoor uit Dieren heeft besloten om, na zijn levenportefeuille een paar jaar geleden, ook de schadeportefeuille met ingang van dit jaar over te dragen aan Rico Berendsen van Becon Assurantiën en Hypotheken.

Vanzelfsprekend zullen we ons uiterste best doen om de trouwe klanten van Assurantiekantoor Wegman te Dieren op minstens dezelfde goede wijze van dienst te zijn als Paul de afgelopen jaren heeft gedaan.

Paul en Rico hebben elkaar voor het eerst ontmoet in mei 1999 destijds nog aan de keukentafel in Didam en sindsdien hebben ze zakelijk en persoonlijk een uitstekende band. Paul wil zich in de toekomst volledig concentreren op zijn autobedrijf in Dieren.